Je hoort en leest veel over het milieu en de belasting er van. Wat zou jij kunnen doen en wat kun je je kinderen eventueel mee geven om bewust om te gaan met de schatten van onze aarde.

 

Hoe kies je nu zo milieubewust mogelijk wat je eet?

Een beter milieu begint bij het boodschappen doen. De productie van voedingsmiddelen gaat gepaard met de uitstoot van broeikassen en kost veel energie, ruimte en water. Daarbij worden er ook bestrijdingsmiddelen en diergeneesmiddelen ingezet.

 

Hoe werkt dat dan?
Er is energie nodig om gewassen te oogsten met machines. Dat geldt voor de gewassen die mensen consumeren, maar ook voor het voer voor het vee wat wij eten. Vaak wordt het veevoer uit het buitenland gehaald en zorgt voor vervuiling om het te vervoeren. Ook wordt veel energie verbruikt om eten te verwerken in fabrieken, te importeren naar ons land of te exporteren naar het buitenland. Ook het vervoer naar de supermarkten is belastend voor het milieu.

 

Soms gaat een voedingsmiddel eerst van Nederland naar het buitenland en terug. Een voorbeeld hiervan is garnalen. Ze worden in de Noordzee gevangen, gepeld in Marokko en weer terug naar de Nederlandse supermarkten gebracht. Het voedsel wat je als gezin eet is verantwoordelijk voor 1/3 van de broeikasgassen die jouw huishouden produceert en draagt dus zo bij aan de opwarming van de aarde. Vlees en vis zijn daarbij de grootse boosdoener, gevolgd door zuivel en eieren. 

.

Hoe kies je nu zo milieu bewust mogelijk?

 

1. Eet vaker vegetarisch
Plantaardige producten belasten het milieu minder zwaar dan dierlijke producten. Vleesvervangers en peulvruchten zijn milieuvriendelijker.

 

2. Kies voor dichtbij huis
Meestal geldt, hoe dichterbij huis geproduceerd, hoe milieuvriendelijker. Kies dus liever voor een Hollandse appel als een Fuji uit Australia. Let ook eens op het keurmerk ‘Erkend Streekproduct'. Dat staat voor een duurzame productie met grondstoffen uit de omgeving en verwerking in de omgeving.

 

3. Kies voor seizoensproducten
Producten die bij het seizoen horen kosten minder energie om ze te produceren. De soorten die buiten het seizoen passen, worden veelal in kassen verbouwd of uit buitenland gehaald, wat niet milieuvriendelijk is.

Wil jij weten welke groenten en fruit bij welk seizoen horen? Kijk dan op www.milieucentraal.nl

 

4. Let op keurmerken

www.milieukeur.nl : De producten met dit keurmerk zijn milieuvriendelijker geproduceerd dan vergelijkbare producten.
www.skal.nl  of www.eko-keurmerk.nl  : De producten met dit keurmerk zijn biologische producten.
www.demeter-bd.nl : De producten met dit keurmerk zijn biologisch-dynamische producten. Dit gaat nog een stapje verder dan enkel biologisch. In de biologisch-dynamische landbouw moet 60% van de mest biologisch mest zijn, 80% van het veevoer moet van het eigen bedrijf afkomstig zijn. Ook het stro moet biologisch of biologisch-dynamisch. 
 

5. Koop en bereidt niet te veel eten
In het gemiddelde Nederlandse huishouden verdwijnt 10% van het gekochte voedsel onnodig in de vuilnisbak. Etenswaren is over de datum of we hebben teveel gekookt en blijft over na de maaltijd. Die 10% is nog zonder het weggooien van schillen, stronken, buitens blaadjes, botten en graten, ed. Al deze verspilling is niet alleen slecht voor het milieu, maar ook voor je portemonnee! 

 

Medicijnen en pesticiden
In de land- en tuinbouw kunnen veel plagen en ziekten optreden, hierbij gaat maar liefst een kwart van de productie verloren. Dit kost veel geld en is een enorme belasting voor het milieu. Om het rendement te verhogen, maken (veel) boeren gebruik van bestrijdingsmiddelen. Hierdoor blijft er meer over van de oogst en kan de boer de prijzen lager houden. Bestrijdingsmiddelen zijn gunstig voor portemonnee en gek genoeg ook (iets) beter voor het milieu. Het produceren van oogst kost veel energie, met bestrijdingsmiddelen gaat er minder verloren. De keerzijde is dat, bij het gebruik van pesticiden, er ook bestrijdingsmiddelen in de grond en het oppervlaktewater terecht komen. Ook blijven er resten op de groenten en fruit achter. Over het algemeen is de regel voor de boeren: Pas synthetische middelen inzetten, wanneer de natuurlijke middelen niet blijken te werken. In Nederland en de EU gelden er strenge regels. Buiten de Eu zijn de regels nog altijd minder streng.

 

Op de website www.weetwatjeeet.nl kun je opzoeken op welke groenten en fruit producten de minste en meeste resten worden terug gevonden. 

 

Diergeneesmiddelen

De intensieve veehouderij is er veelal op gericht, zoveel mogelijk te produceren, tegen een zo laag mogelijke prijs. Dieren moeten het liefst zo snel mogelijk groeien, melk geven en bij voorkeur zo mager mogelijk vlees leveren. Hierdoor is de kans op kwalen groot, voor deze dieren. Daarbij leven die dieren dicht op elkaar, waardoor ze meer last hebben van stress en besmettelijke ziekten. Voor al deze kwalen worden diergeneesmiddelen ingezet als kalmeringsmiddelen en antibiotica. Antibiotica wordt zelfs preventief gegeven.

 

Resten van de middelen kunnen in de melk, het vlees en de eieren terecht komen. De afbraakproducten komen in de urine en ontlasting van het dier terecht, waarmee het milieu weer wordt belast. Boeren dienen een wachttijd in te lasten (voordat ze de melk gebruiken of het dier bij de slacht aanbieden. Dit is om de middelen de tijd te gunnen, uit het lijf te verdwijnen. Wanneer je voor biologisch vlees, wild gevangen vis en biologische eieren kiest, zul je minder kans hebben om resten van diergeneesmiddelen aan te treffen.