Als je het vermoeden hebt dat je kind hoogbegaafd zou kunnen zijn, is het mogelijk om je kind een test af te laten nemen. Wij vroegen aan Willemien Schollaart MSc. van Adviesbureau Dotado welke vragen veel gesteld worden door ouders:
"Als orthopedagoog krijg ik regelmatig de vraag van ouders of ik hun kind kan testen op intelligentie, soms al op de zeer jonge leeftijd van drie jaar. De meest gestelde hulpvragen vindt u hieronder op een rijtje":
1. Thuis voed ik een ondernemend, creatief en leergierig kind op. Op school laat hij daar echter niets van zien. De juf gelooft er dan ook niets van dat mijn kind slimmer zou zijn dan de rest. Wat heeft mijn kind nu werkelijk in huis en hoe maak ik aan school duidelijk dat het niet goed gaat?
2. Mijn zoon is zo neerslachtig de laatste tijd. Hij lijkt helemaal niet goed in zijn vel te zitten. Hij klaagt over buikpijn en wil niet meer naar school. Verveelt hij zich misschien in de klas?
3. Mijn dochter heeft het altijd goed gedaan op school, maar de laatste tijd lijkt zij helemaal niet meer gemotiveerd. Ook haar resultaten zijn enorm gekelderd. Is ze aan het onderpresteren?
4. Welk type onderwijs sluit het beste aan bij de capacteiten van mijn kind?
________
Do's en Dont's in het omgaan met een hoogbegaafd kind
Hoogbegaafde kinderen hebben deels een wat andere ‘gebruiksaanwijzing' dan andere kinderen. Hoe ga je hier als ouder mee om? Drs. Tineke Spruijt, Psycholoog NIP van
Cruciaal Junior geeft tips.
1. Een van de kenmerken is bijvoorbeeld een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel. Dit kind is vaak er net wat gevoeliger voor als de zaken in zijn of haar ogen ‘niet eerlijk' verlopen.
Do's:
- Zoveel mogelijk eerlijk handelen
- Als er van afspraken of regels wordt afgeweken, leg dan kort met argumenten uit waarom dat zo is
Dont's:
- Je beroepen op autoriteit ‘omdat ik het zeg!'
- Eindeloos in discussie gaan over de gang van zaken, als je zelf vindt dat je het voldoende hebt uitgelegd, zeg dan dat je het nu genoeg vindt en er niet meer over wilt zeggen
- Het hele gezinsleven aanpassen aan de ‘strikte regels' van de hoogbegaafde
2. Hoogbegaafde kinderen kunnen nogal kritisch zijn, wat contacten met anderen kan bemoeilijken.
Do's:
- Je kind leren om kritiek op een aardige manier te ‘verpakken'. Leer het kind om anderen niet op hun fouten te wijzen (‘kun jij dat niet?'), maar ze te vragen of ze hulp willen om het beter te doen (‘vind je het fijn als ik je help?')
- Ook kan in de klas en thuis besproken worden dat elk kind bijzonder is omdat het ergens goed in is: de een in sport, de ander in leren een volgende in het verzorgen van dieren, omgaan met anderen, behulpzaamheid et cetera
Dont's:
- Lachen om onaardige kritische uitingen, omdat het kind inhoudelijk wel gelijk heeft, of omdat het iets zegt, wat je zelf misschien denkt
3. Het hoogbegaafde kind valt in de klas helemaal niet op, maar thuis uit het zijn frustratie omdat het te weinig wordt uitgedaagd op school.
Do's:
- Besef dat de leerkracht een grote groep kinderen voor zich heeft in de klas, van wie velen voor haar lastiger zijn en haar aandacht meer opeisen. Het vraagt dus doorzettingsvermogen om het probleem ‘op de kaart te krijgen'. Geef het dus niet te snel op!
- Onderzoek of het kind in aanmerking komt voor een Leonardoschool, een externe wekelijkse verrijkingsklas, een wekelijkse masterclass (in groep 8) of een interne plusklas
Don'ts:
- Je continue verontschuldigen en je subassertief gedragen omdat je bang bent dat de leerkracht je ziet als een ‘pushende ouder'
- Afspraken met school maken, zonder een deadline; een schooljaar vliegt voorbij en als je niet oppast, zitten jij en je kind in het volgende schooljaar, met wellicht een nieuwe leerkracht nog steeds met dezelfde problemen. Als er afspraken worden gemaakt, leg dan vast wanneer jullie deze gaan evalueren. Bedenk ook alternatieve oplossingen voor als de afspraken niet werken.
________
Ervaring van een moeder
Gezellig op school maar driftkikker thuis
Hoeveel excuses had ik, als moeder van een (nu) 8-jarige zachtaardige jongen, nog nodig om zijn steeds heftigere driftbuien en zijn ongepaste gedrag thuis te verklaren cq goed te praten. Wennen na de vakantie, omschakelen van kleuteren naar leren, drukte met Sint en Kerst, toe aan vakantie zijn. Er gebeurt zoveel in het leventje van zo'n mannetje. Pas nadat hij voor de zoveelste keer in ruim een jaar tijd weer huilend in bed lag - totaal over zijn toeren - dat hij liever dood wilde dan naar school te gaan, ben ik hulp gaan zoeken.
Eerste driftbui
In de tussentijd was een ding was me wel duidelijk. Hij zat niet goed in zijn vel. De eerste driftbui was in groep 2. Geen idee wat er aan de hand was of wat er was gebeurd. Hij kwam thuis en gooit ineens zijn kleuterstoeltje door de kamer heen. Weet nog dat ik de volgende dag geschrokken aan zijn juf heb gevraagd of hij dat op school ook deed. En opgelucht naar huis ben vertrokken met de geruststelling dat hij een erg gezellig mannetje in de klas is. Er ging totaal nog geen alarmbel rinkelen.
Tja, wat doe je met dat gedrag. Ik heb ‘m erop aangesproken en gezegd dat dat niet mag. En hij gedraagt zich weer even goed. Misschien is hij zijn grenzen aan het verkennen? En ach, ieder kind heeft wel eens een driftbui. Verder heeft hij veel vriendjes, wordt niet geplaagd, speelt graag bij anderen en ook thuis, het gaat goed op school. Geen probleem.
Het is saai
In groep 3 klaagt hij regelmatig dat het allemaal zo langzaam gaat. Het verbaast me, want hij moet ook gewoon nog leren lezen. Ik heb een gesprekje op school over hem en dat hij aangeeft zich te vervelen. Onzin, meent de juf. Hij kan gewoon lekker meekomen en doet gezellig mee in de klas.
In de loop van groep 3 nemen zijn driftbuien toe in frequentie en heftigheid. Hij krijgt thuis weer straf voor dit gedrag. Als dit niet help, probeer ik het te negeren. Het kan ook aandacht trekken zijn; er zijn tenslotte nog twee kleine broertjes en één grote zus. Ook dan houdt het niet op. Dan zetten we ‘begrip' in. En zo worstel ik met zoon-lief groep 3 door. De gesprekken op school leiden tot niets, behalve keer op keer de bevestiging dat ie enthousiast meedoet in de klas. En ik heb me iedere keer weer met deze boodschap naar huis laten sturen. In mijn wanhoop heb ik wel eens tegen zoon-lief geroepen "Laat dit thuisgedrag eens aan je juf zien, misschien luisteren ze dan wel".
Blij met nieuw schooljaar
We zijn allebei blij als het zomervakantie is. Daarna nieuwe juffen, nieuwe ronde, nieuwe kansen. Aan het begin van het schooljaar heb ik meteen een goed gesprek met de nieuwe juf over het voorgaande schooljaar. Ze zal Rik goed in de gaten houden. Ik ben ervan overtuigd dat het goedkomt. Het is een klein klasje, 22 leerlingen.
Aanstelleritis?
Het loopt anders. De driftbuien zijn zo langzamerhand gewoon in plaats van uitzondering. 's Ochtends grijpt hij zich aan deurposten vast om niet naar school te hoeven. Gelukkig heb ik een lieve buuf met wie ik pendel en menig sms aan haar heeft veel ochtendruzies voorkomen. Want als zoon-lief de buuf zag, zette hij zijn masker op en ging vrolijk mee. Dat maakte het tegelijkertijd zo moeilijk. Is het aanstelleritis of is er meer aan de hand?
Tegelijkertijd gaat zoon-lief zich steeds meer terugtrekken. Wil niet meer met vriendjes spelen. En uiteindelijk is hij heel vaak heel intens verdrietig en zegt dan liever niet meer te willen leven en vindt zichzelf waardeloos.
Na escalatie met een van de juffen worden we op school toch nog heel even serieus genomen. Ze doen er wat huis-tuin-en-keuken testjes waar zoon-lief sociaal wenselijke antwoorden op geeft. Volgens school is er dus niks bijzonders aan de hand.
Schoolgeheim
Gelukkig is er internet. Zoekend naar een oplossing voor mijn depressieve zoon kom ik bij vergelijkbare ervaringen van ouders met hoogbegaafde kinderen. Ik lees meer over hoogbegaafdheid. Herken er veel van bij mijn zoon, maar kan het me tegelijkertijd niet voorstellen. Zijn rapport toont echt niet een heel slim kind, maar gemiddeld. En de cito-uitslagen zijn een schoolgeheim.
Vervolgens ben ik nog zo onnozel om de vermeende hoogbegaafdheid bij zijn juf te toetsen. Ze lacht me nog net niet uit, en geeft wel nog even mee eerder aan ADHD te denken.
Op en kapot
Het is voorjaar. Nog een paar maanden en het einde van groep 4 komt in zicht. Ik weet het niet meer. Echt niet meer. Ik ben op en kapot. Er is snel duidelijkheid nodig over wat er met zoon-lief aan de hand is. We nemen een besluit en laten hem buiten school om testen.
En zo kan ik hetzelfde ervaringsverhaal opschrijven als veel andere ouders van hoogbegaafde kinderen. Dat komt namelijk uit de test naar voren en vermeende dyslexie. Spijtig dat mijn kind zo lang heeft moeten dolen. Had ik maar eerder die test gedaan.
Weer positieve energie
Groep 5 is hij op een andere school gestart, met speciale klassen voor HB-kinderen. Gereserveerd ging hij er naar toe, door schade en schande wijzer geworden. Eerst zien en dan pas geloven dat school ook leuk kan zijn. Nu ervaart hij het gelukkig ook zelf en gaat weer met plezier naar school. Dat is in ieder geval de eerste stap. Niet dat we er al zijn, want leren om te leren en zijn mogelijke dyslexie blijven aandachtspunten, maar daar hebben we nu in ieder geval weer positieve energie voor!
Gitte Nieudorp (dochter van 10 jr, 3 zoons van 8(HB),6 en 4 jaar)
Deel met mij jouw verhaal!
Dit is dus mijn verhaal. En zo zijn er meer verhalen. Soms zelfs op veel details vergelijkbaar, soms alleen de grote lijn. 'Er is iets met mijn kind, maar wat?' Op internet vond ik enkele ervaringsverhalen, las ik discussies in fora. Maar al met al heeft het lang geduurd voor ik in de richting van hoogbegaafdheid ging denken. Graag zou ik andere ouders en hun kinderen sneller willen helpen door hun twijfels weg te nemen. Lezen hoe andere ouders het hele proces met hun kind richting hoogbegaafdheid hebben ervaren, zal daar zeker aan bijdragen. Om dat te realiseren kom ik graag in contact met andere ouders die mij hun verhaal willen toevertrouwen. Ik zal deze dan uitwerken en publiceren (uiteraard alleen met toestemming). Als je me een mail stuurt met jouw gegegevens, dan neem ik z.s.m. contact met je op.
Gitte (e-mail: jansenkwartet@gmail.com )
__________________
Excellent onderwijs voor cognitief talent!
Vaak wordt gedacht dat hoogbegaafde leerlingen zich wel redden op school. Helaas is dit lang niet altijd zo. Veel ouders en jongeren lopen aan tegen onbegrip op school. Samenwerking met school kan helpen. Hoogbegaafde leerlingen halen niet altijd goede cijfers. Vaak komt dat doordat ze leervaardigheden onvoldoende beheersen. Gelukkig kunnen ze deze alsnog aanleren. Wij doen dit door jongeren zich eerst bewust te laten worden van waar ze wel en niet goed in zijn. Vervolgens kiezen de jongeren welke leervaardigheden ze willen verbeteren. Ze maken een concreet plan en gaan daarmee aan het werk. Regelmatig bespreken we hoe het gaat met de uitvoering van het plan.
Een ander probleem dat veel voorkomt, is dat hoogbegaafde leerlingen onvoldoende worden uitgedaagd op school. Het is belangrijk om dit op school te bespreken, omdat dit kan leiden tot onderpresteren. In het contact met school is een open en coöperatieve houding belangrijk, zodat u samen met school kan nadenken over een oplossing. Die kan zitten in het compacten en verrijken van het lesprogramma. Dat wil zeggen: minder oefening en (geen) herhaling in combinatie met uitdagende verrijkingstaken. Op die manier houdt de jongere plezier in het leren, kan hij/zij efficiënter met de leertijd omgaan én leert hij/zij moeilijke taken aan te pakken.
Lineke van Tricht - Bureau Talent
De vele gezichten van hoogbegaafdheid door Kasper Ponte
Hoogbegaafdheid. Je kunt tegenwoordig geen tijdschrift openslaan, of er staat wel een artikel in over hoogbegaafdheid. De komst van de Leonardo-scholen (speciale scholen voor hoogbegaafde kinderen) heeft natuurlijk zeker met die toegenomen aandacht te maken.
Maar het lijkt ook wel alsof er sprake is van een soort hype. Steeds meer scholen hebben gerichte aan-dacht voor hoogbegaafdheid, sommige hanteren het zelfs als een (statusverhogend)marketing instrument, uitgevers storten zich op de markt van specifieke leermiddelen, tv-programma's besteden er aandacht aan, de verenigingen voor hoogbegaafde kinderen (en hun ouders) floreren als nooit te voren en er is zelfs de mogelijkheid om je kind naar een speciaal vakantiekamp voor hoogbegaafden te laten gaan.
Naast al die welkome aandacht voor hoogbegaafdheid drijft er echter een groot probleem onder de oppervlakte. In de beeldvorming, zoals deze zich in het algemeen heeft ontwikkeld in ons land, geldt het vooroordeel, dat een kind dat hoogbegaafd is, toch eigenlijk niet in de problemen kan komen. Het is immers zo slim en heeft toch zo veel talent? Het zal dan dus wel aan iets anders liggen: lichamelijke oorzaken bijvoorbeeld. Of wellicht ligt het aan de opvoeding van de ouders ...
Hoewel er steeds meer aandacht voor hoogbegaafdheid is, blijft dit onderwerp voor de nodige discussie zorgen en blijven vooroordelen (er zijn er meerdere) een eigen leven leiden.
Soms wordt er wel eens gedacht dat alle hoogbegaafden problemen ondervinden in het leven. Dit is dus niet waar. Wanneer wij naar de groep hoogbegaafde kinderen kijken, kunnen wij deze grofweg in drieën verdelen; 1/3 die fluitend door het leven gaat, 1/3 die zo af en toe een duwtje in de rug nodig heeft en 1/3 die (nu of op latere leeftijd) vast loopt door wat voor oorzaak dan ook.
Deze laatste groep is bijzonder kwetsbaar. Te meer omdat deze kinderen of jongvolwassenen in hun leven gedragingen kunnen vertonen die op het eerste gezicht raakvlakken hebben met bijvoorbeeld ADHD (druk, aandachtig gedrag of clownesk gedrag), ADD (aandacht-tekort) of een vorm van autisme (teruggetrokken gedrag, moeilijk contact maken, behoefte aan structuur). Deze gedragingen worden meestal niet meteen herkend als zijnde kenmerken van hoogbegaafdheid. En dat is op zich logisch, want het gedrag kan worden veroorzaakt doordat het kind hoogbegaafd is, maar is niet per se een uiting hiervan.
Wanneer de problematiek die het kind vertoont niet juist wordt gediagnosticeerd, ontstaat er een ‘mis-diagnose'. Zo kan een hoogbegaafd kind ten onrechte een ADHD-etiket opgeplakt krijgen. Dit kan ernstige gevolgen hebben voor het welzijn van het kind, maar ook voor het gezin en voor een school. Naar aanleiding van een verkeerde diagnose, kan het zijn dat er gedurende een korte periode (b.v. ten gevolge van alle aandacht) een rustmoment ontstaat. Echter, dit is slechts vaak voor korte duur. Al gauw zullen die kenmerken waardoor er een ‘misdiagnose' is gesteld, weer terugkomen; het kind gaat zich weer clownesk gedragen in een klas, is snel afgeleid en is moeilijk te hanteren of het kind ervaart problemen bij veranderingen, heeft extreem behoefte aan structuur, is erg rigide, neemt alles letterlijk of heeft moeite vriendschappen te onderhouden.
Aanleiding voor een diagnostisch onderzoek is vaak dat ouders zich zorgen maken, omdat hun kind ‘anders' is (zeker bij hun 1e kind, daar zij geen directe vergelijking hebben); het kind ontwikkelt zich anders dan dat in de boeken staat. Voor ouders is het niet altijd even makkelijk om dan direct actie te ondernemen. Wanneer ouders in hun nabije omgeving te raden gaan, kunnen zij wel eens stuiten op nogal wat onbegrip. Juist omdat het kind zich sneller (anders) ontwikkelt dan het gemiddelde kind.
Daar in Nederland vaak een mentaliteit van "doe maar normaal dan doe je gek genoeg" heerst, is de kans reëel dat deze ouders scheve gezichten zullen ontvangen. Er wordt namelijk weleens (geheel ten onrechte) gedacht dat ouders van hoogbegaafde kinderen overdreven pronken met hun kind of dit te sterk pushen; hun kind eigenlijk geen kind laten zijn. Vanuit onze ervaring kunnen wij stellig zeggen dat zeker 99% van de ouders waarvan blijkt dat hun kind hoogbegaafd is, liever een gemiddeld kind hebben zonder alle bijkomende problematiek van het anders zijn. Want dat is een hoogbegaafd kind echt.
Het anders zijn begint al op jonge leeftijd. In eerste instantie spreekt men hier nog van een ontwikkelingsvoorsprong. Het kan namelijk goed mogelijk zijn dat een kind tijdelijk een groeispurt door maakt en zich later weer leeftijdsadequaat ontwikkelt. Pas bij een langdurige voorsprong (waarbij zich onder andere ook een IQ van boven de 130 moet manifesteren) kan er gesproken worden over hoogbegaafdheid. Op een kinderdagverblijf kan een kind met een ontwikkelingsvoorsprong over een groter vocabulaire beschikken dan een leeftijdsgenoot. Wanneer het vanuit dit vocabulaire en het gebruik van gedetailleer-de zinnen wil communiceren, wordt het kind niet altijd goed begrepen. Logischerwijs zoekt het dan aansluiting bij de oudere kinderen. Wanneer dit ook niet het gewenste resultaat oplevert, kan het kind zijn heil gaan zoeken bij een begeleider. Afhankelijk van de houding van de begeleider kan het kind zich ge-accepteerd voelen of niet. Na enkele weken/maanden, merken de ouders dat het kind weinig of geen zin meer heeft om naar het kinderdagverblijf te gaan.
Ditzelfde probleem kan zich in de basisschoolperiode herhalen, wanneer het kind grootse verwachtingen van school heeft; eindelijk schrijven, lezen, taal, rekenen, etc. Echter, een begin hiermee wordt veelal pas gemaakt in groep 3 en er wordt te vaak weinig of geen rekening gehouden met kinderen die al veel verder zijn. Een mogelijk gevolg is dat het kind zich ernstig gaat vervelen. Een ander gevolg is dat het kind zich onbegrepen voelt en hierdoor de nodige frustraties ervaart.
Een gemiddelde kleuter speelt doorgaans alleen of náást een ander kind, terwijl een kleuter met een ontwikkelingsvoorsprong juist al graag sámen wil spelen volgens afspraken, waarden en normen. En ook al wil afspreken, waarbij een afspraak dan ook vaak nog eens "heilig" is. Dit alles kan voor de nodige teleurstellingen zorgen, waardoor het plezier in het naar school gaan al snel en drastisch kan afnemen. Sterker nog, het kind kan psychosomatische klachten gaan vertonen zoals eetlust vermindering, haaruitval, buik- en hoofdpijn, uitslag. Belangrijk is dat ouders op dergelijke momenten altijd naar de dokter gaan om eventuele andere diagnoses uit te sluiten.
Er kan wrijving ontstaan tussen het kind met een ontwikkelingsvoorsprong en de rest van zijn/haar leef-tijdsgenoten. Met als mogelijk gevolg dat het kind zich anders gaat voelen en gedragen. Bijvoorbeeld door het vertonen van druk gedrag (dat vaker voorkomt bij jongens), of juist erg geslo-ten/teruggetrokken gedrag (dat vaker voorkomt bij meisjes). Hierdoor wordt wel eens ten onrechte gedacht dat hoogbegaafde kinderen op sociaal-emotioneel gebied een achterstand hebben; het ontbreekt hen zogenaamd aan sociale vaardigheden. Dit argument krijgen ouders nogal eens te horen wanneer de school er uiteindelijk toch voor kiest om een kind nog niet te laten overgaan van groep 2 naar groep 3; hoewel het kind over meer dan voldoende cognitieve capaciteiten beschikt, maakt school zich zorgen over het contact met leeftijdgenoten.
Alsof het al niet moeilijk genoeg is, wordt het ouders/de school soms nog moeilijker gemaakt wanneer één kind 2 verschillende beelden uitzendt; op school is het stil en onopvallend, terwijl het thuis erg boos kan zijn, frustraties ervaart en blijk geeft van een kort lontje. Zo'n kind kan een gezin echt op zijn kop zetten en ouders tot wanhoop drijven.
Op dergelijke momenten is een duidelijke, eerlijke en open communicatie tussen ouders en school nood-zakelijk. Niet altijd is dit helaas het geval. Ouders kiezen dan eieren voor hun geld en gaan zelf op onderzoek uit.
Belangrijk op zo'n moment is, dat wanneer ouders het vermoeden hebben dat er sprake is van een mogelijke ontwikkelingsvoorsprong, een goed diagnostisch onderzoek wordt afgenomen door een bureau dat specifieke ervaring en deskundigheid heeft op dit gebied. Juist doordat hoogbegaafdheid vele gezich-ten kent en slimme kinderen heel veel zaken kunnen verbergen of zich anders kunnen voordoen, is het belangrijk dat bepaald gedrag (druk en aandachttrekkend gedrag, agressief gedrag) vanuit de juiste setting wordt bekeken en - nog belangrijker - wordt begrepen. Is het clowneske en drukke gedrag een ge-volg van verveling, een uiting van frustratie, een zich niet begrepen voelen, of is er wellicht toch sprake van ADHD of een combinatie van hoogbegaafdheid en ADHD. Wetende dat hoogbegaafde kinderen veel-al (maar niet altijd) een zeer hoog energieniveau hebben, is de link naar ADHD erg snel gelegd. Maar hoogbegaafde kinderen kunnen zich ook stil en afwachtend gedragen en hebben zich vaak maar aange-past en worden op school dan bestempeld als "lui". In werkelijkheid is dat soms helemaal niet zo. Door bijvoorbeeld hun hoge gevoeligheid of hoge ethische normen zijn dit soort kinderen te vaak tegen teleurstellingen aangelopen en maken daardoor een terugtrekkende beweging in hun leven. Belangrijk is dus om te kijken of deze kenmerken blijvend zijn of vinden deze alleen gedurende bepaalde periodes plaats? Zo merken wij dat gedurende vakanties, ouders regelmatig hun ´oude´ kind terugkrijgen.
Al met al is het herkennen van hoogbegaafdheid een vak apart!
PONTE houdt zich al meer dan 10 jaar specifiek bezig met het doen van psychodiagnostisch onderzoek bij kinderen en (jong)volwassenen, waarbij het vermoeden bestaat dat er sprake is van een mogelijke ont-wikkelingsvoorsprong. PONTE verzorgt ook een aantal plusklassen, waar kinderen met een ontwikke-lingsvoorsprong terecht kunnen voor een omgeving waar de sociaal-emotionele ontwikkeling centraal staat, waarin ze extra cognitieve uitdaging krijgen en waar aandacht is voor de ontwikkeling van een optimale werkhouding.