Ontwikkeling van 0-4 jaar
Ieder kind ontwikkelt zich in z'n eigen tempo. De één loopt voor z'n eerste verjaardag en de ander kletst juist de oren van hoofd. Als kinderen eenmaal naar school gaan, hebben ze (bij een 'normale' ontwikkeling) ongeveer evenveel geleerd. Onderstaande fases zijn daarom ook een richtlijn van de ontwikkeling van een kind en geen wet van Meden en Perzen.
0-3 maanden
- je baby volgt jouw met zijn/haar ogen en hoofd
- lacht terug
- maakt geluidjes (brabbelen)
- kijkt naar zijn/haar handjes
3-6 maanden
- je baby pakt speeltjes aan met linker- en rechterhandje
- maakt steeds gevarieerder geluiden
- reageert op zijn/haar eigen naam
- houdt zijn/haar hoofd omhoog, wanneer hij op z'n buik ligt.
6-9 maanden
- je kindje onderscheidt bekende mensen van onbekenden
- hij/zij pakt speelgoed over, van de ene naar de andere hand
- hij/zij speelt met z'n eigen voetjes
- maakt korte 'woordjes' als ba, baba, dada, gaga, etc.
- kan omrollen van z'n rug naar buik en andersom
- kan zitten en kan dan ook zijn/haar hoofd goed rechtop houden.
9-12 maanden
- je kindje kan zich optrekken en staan
- hij/zij kan gaan zitten zonder hulp
- kan kruipen met de buik op de grond
- kan kleine dingen tussen duim en wijsvinger pakken
- kan 'praten' tegen mensen, zegt in deze periode zijn/haar woordje.
1-1,5 jaar
Je kind wil nu van alles zelf doen, gaat nee-zeggen en zal dingen doen die niet mogen, om aandacht te trekken.
- maakt eigen woordjes (klanken) voor hetzelfde voorwerp (ba=bal, aai=poes, etc)
- zegt echte woorden als papa, mama, die, etc.
- kan 'geven en nemen' in spelvorm
- kruip met z'n buik vrij van de grond
- loopt langs de tafel of bank
- kan los lopen
- gaat grote mensen na-apen, met stofzuigen, afstoffen, tuinieren, etc.
- maakt 2 woorden zinnetjes
- fietst op een driewieler
2-4 jaar
- je kind zich (gedeeltelijk) uit- en aankleden
- is zinnelijk
- maakt zinnetjes van 3 of meerdere woorden
- praat verstaanbaar voor bekenden en onbekenden
- praat over zichzelf wen vertelt over wat er die dag is gebeurd
- stelt (veel) vragen, 'waarom?'
- fietst met zijwieltjes
- fietst zonder zijwieltjes
- is te klein voor de peuterspeelzaal en gaat zich vervelen; is toe aan de basisschool