Het volgende artikel is geschreven door Marianne de Valck. Marianne geeft onafhankelijke informatie over spelen en speelgoed vanuit pedagogisch perspectief aan ouders, kinderopvang, begeleiders, onderwijs en ambtenaren.
Ze is lid van platform ruimte voor de jeugd en ambassadeur van de Ned Ver. voor speelotheken en is onafhankelijk adviseur voor speelgoedontwerpers/leveranciers.
Voor meer informatie over Marianne en haar werk kun je terecht op www.speelgoedadvies.nl
Mogen kinderen nog vallen?
Meegemaakt op een ouderavond: een zeer verontwaardigde ouder omdat haar kind uit het klimrek gezaagd moest worden. Op moeders bevel mocht hij alleen klimmen met zijn fietshelm op. De grote verontwaardiging was gericht op de begeleider en het 'onveilige' klimrek. Ze verweet de begeleider niet goed te hebben opgelet en het klimrek moest wel ondeugdelijk zijn. De waarheid is dat het klimrek WAS gecertificeerd (Wat Attractie Speeltoestellen, een certificatie uitgereikt volgens door Europese normen door de Voedsel en Warenautoriteit). De begeleiding lette wel degelijk op maar was niet voorbereid op de combinatie van een veilig klimrek in combinatie met een veilige fietshelm waarin een schreeuwend hoofd gevangen raakte.
Veilig gemaakt, veilig gegeven, veilig gebruikt lijkt ieder gezondheidsrisico of ander gevaar voor een optimale ontwikkeling van kinderen uit te sluiten. Waarmee het tegenovergestelde wordt bereikt. Ontwikkeling gaat met vallen en opstaan. Zonder risico geen ontwikkeling.
De kenmerken van spelen en ontwikkeling lopen paralel. Een uitdaging aan, met nieuwsgierigheid, leidt tot ervaringen (bewust beleven van zien, horen, voelen, ruiken en/of proeven) met ontdekkingen die kunnen worden uitgeprobeerd. Door herhalen ontstaan nieuwe ervaringen/ontdekkingen en vaardigheid of inzicht waarmee nieuwe ontwikkelingen binnen be-reik komen...door reiken kunnen ze er bij. Maar iedere stap in deze ontwikkeling kan teleurstelling geven. Misgrijpen, falen, vallen. Kinderen leren door vallen en opstaan. Dit begint met ons vertrouwen in kinderen. Op een risicovolle speelgelegenheid ( met speelaanleidingen voor evenwicht, water, klimmen. sjouwen, verstoppen enz) spelen kinderen intensiever dan op een risicovrije speelgelegenheid en ontwikkelen ze een betere motoriek, zelfstandigheid, ruimtelijke oriëntatie, sociale vaardigheid, beheersing, concentratievermogen, enz dan op een risicovrije speelgelegenheid.
Ouders en begeleiders durven kinderen steeds minder te laten vallen. Consument en veiligheid spant paarden achter de wagen door kinderen valles te bieden. Natuurlijk, ook vallen moet je leren. Bij ieder spel horen spelregels waarmee kinderen leren hoe het spel gespeeld moet worden. Op klimrekken mag je niemand pressen, duwen of hinderen. Je veters moeten vast zitten en springen doe je met je voeten naar beneden, verend door je knieën. Maar zelfs met deze regels blijven kinderen vallen....en soms verkeerd terecht komen. Dit lijken we tegenwoordig steeds moeilijker te accepteren. We willen zeker weten dat niets gebeuren kan en als toch iets gebeurd moet daar iemand verantwoordelijk voor zijn. Daarmee bedoelen we niet het kind dat zo dom was om te vallen. Volgens mij is de toegenomen behoefte aan zekerheid, de wens om 'ellende 'te voorkomen en waar toch iets gebeurd iets of iemand aansprakelijk te stellen, mede het gevolg van de overal aanwezige feminalisering. Veel jongens maken voor hun twaalfde bijna alleen vrouwen mee en wij noemen stoeien al snel vechten, iets kapot maken - slopen en dat mag niet, Bij pauwpauwen zien we een vreselijke realiteit. Bij ieder ongelukje bedenken we wat had kunnen gebeuren. 'We' (ik weet het , ik generaliseer om wat scherper te zijn)voorspellen wat anderen zullen vinden/denken als ons kind beschadigd raakt en voelen ons bij voorbaat verantwoordelijk falend, zelfs -of juist als we daar niet- bij aanwezig zijn. En mannen moeten dit uiteraard begrijpen en net zo voelen, anders kunnen ze nooit een kindvriendelijke vader/begeleider zijn.
Iemand moet schuld hebben. De kinderen op de laatste plaats. En als die schuld hebben halen we ze weg van de gevaarlijke situatie waar ze niet mee om bleken te kunnen gaan. ‘Ga maar ergens anders spelen.....dat kun jij nog niet....dat enge klimrek....' Waarmee dit kind de kans onthouden wordt om te leren van zijn vallen-falen. Dit geldt niet alleen voor omgaan met enge klimrekken. Ouders laten kinderen vallen omdat kinderen niet vallen mogen. Letterlijk en figuurlijk. Kinderen moeten zonder struikelen de ladder op naar de universiteit en verder. Maar wel liefst zonder zorgen en schrik van volwassenen.(nee niet alleen ouders zijn schuldig).
Veel achterstanden in ontwikkeling, zoals de ontwikkeling van grove en fijne motoriek, actieve taalbeheersing en sociale vaardigheden, ruimtelijk inzicht en selectieve vermogen zijn te herleiden naar spelen. Kinderen spelen binnen en buiten, met minder concentratie, minder vaak en minder lang en met minder inventiviteit dan dertig jaar geleden. Natuurlijk de omstandigheden, het aanbod en de tijden veranderden, maar niet zo dramatisch als veel mensen denken. Wij bepalen wat mag en wat kan. Nog nooit waren er zoveel prachtig aangelegde speelplekken in de buurt, was er zoveel speelgoed en waren we zo rijk.
De belangrijkste reden voor minder goed speelgoed heeft alles te maken met onze keuzes, onze betrokkenheid en ons inzicht in wat goed is voor een kind ook al is dit vervelend voor ons. Wij zijn geneigd kinderen minder letterlijk en vooral figuurlijke ruimte de geven om te spelen. Letterlijke ruimte bestaat uit vierkante meters en uren. Kinderen met drie sporten per week (een maal trainen , een maal wedstrijd), plus muziekles en in de vakante een cursus Engels, hebben net zo'n armoe aan spelen als de kinderen die worden zoet gehouden door wat ze zien op een scherm. De figuurlijke ruimte kan gelegenheid geven voor zelf gevonden oplossingen, ideeën, vragen en keuzes. Daar hoort minder geregeld aanbod in begeleide activiteiten en perfect speelgoed bij. Vrijheid voor eigen invulling leidt tot minder snelle, minder mooie, minder herkenbare en minder verwachte resultaten. Van vingerverven op gevoel, via iets van Lego maken zonder voorbeeld, naar een risicovol avontuur in een natuurlijke speelplek.
Opvoeden is loslaten, binnen be-reik. Veel ouders vinden het doodeng om hun kinderen te laten gaan. Wanneer, hoe vaak en tot hoever je kinderen kunt loslaten is per kind, per situatie verschillend. Het oordeel is gebaseerd op vertrouwen...in de omstandigheden en de kinderen. Voor het inschatten van de omstandigheden is feitenkennis en ervaring nodig. Voor het inschatten van kinderen betrokkenheid en overgave. Ouders zijn niet te dwingen. Wel te overtuigen. Het helpt niet om mening van ouders te negeren of begeleiders te ontzien. Een kind het recht geven om kind te mogen zijn betekent loslaten maar wel met begrip voor beleving van een kind met afweging tussen kansen en bezwaren vanuit de overtuiging wat goed is voor het kind. Het is zoeken naar het evenwicht tussen uitdaging en veiligheid.
Kinderen mogen van ouders/ begeleiders tegenwoordig niet letterlijk en figuurlijk vallen. Ze moeten het goed doen in alle betekenissen van goed en doen. Dus geen fouten maken, falen, dwalen. We willen zekerheden en kiezen het liefst voor de rechte weg naar de volgende ontwikkelingsfase, zonder oponthoud, zijwegen en onverwachte zorg vereisende mogelijkheden. We staan klaar wanneer kinderen zeuren, zich vervelen, iets niet weten om vooral maar te voorkomen dat ze (even) ongelukkig zijn, iets verzinnen wat ons niet uit komt of niet perfect is, of te lang duurt. We dragen zoveel verantwoording dat we dreigen te vergeten dat veiligheid onveilige situaties creëert . Kinderen willen niet meer iets zelf verzinnen uit angst om te vallen, letterlijk en figuurlijk. Ze willen voldoen aan onze waardering en durven hun eigen weg niet te zoeken. Of ze zien geen gevaar omdat ze nooit ervaren hebben en achten zich zelf onaantastbaar. Onze zorgen gaan verder dan het voorkomen van een schaafplek waarvoor een pleister nodig is. We staan klaar met ieder medicijn voor iedere onvolkomenheid. Van educatief speelgoed voor baby's, via Engels voor peuters naar citotraining voor kleuters. En meer.
Voor het 35 jarig bestaan van de Nationale Speelraad (tegenwoordig Ruimte voor spelen) schreef ik de brochure uitdaging en veiligheid waarin ik een discussiestructuur aan gaf. Hiermee kunnen ouders en/of pedagogisch medewerkers dilemma's bespreken. Bijvoorbeeld vallen, slopen, stoeien, vies worden, spelen uit het zicht enz. In de discussies wilde men vaak uitgaan van aannames. Zonder iets te weten over veiligheidscriteria van bijvoorbeeld gecertificeerde speeltoestellen en hun positioneren, de grootte en waarde van risico's en de realiteit bij de bezwaren. Daarom schreef ik Wat mag? Wat kan! Dilemma's bij spelen voor de praktijkreeks van Elsevier Kinderopvang. Hiermee wil ik in plaats van uitgaan van voorkomen, de discussie keren naar mogelijk maken onder voorwaarden. Belangrijk daarbij is ons besef dat wij bepalen wat mag en kan. Wij zeggen ergens ja of nee tegen, wij maken mogelijk of onmogelijk. Daar horen weloverwogen keuzes bij op basis van feiten en inzichten, en introductie of 'lesjes' of 'spelregels'. Een kind kan leren hoe hij zich moet vasthouden en hoe hij kan vallen, met vuur omgaan, weten wanneer het op moet houden met stoeien, wat wanneer wel of niet gesloopt kan worden enz...
Wie durft.
Marianne de Valck
Meer informatie + Boekje te bestellen (€ 19,95 + porto) via www.speelgoedadvies.nl